Skip to main content

Good Beekeeping Practices

Efficiënte ventilatie om condensatie in de bijenkast tot een minimum te beperken

24 Oct 2025
Exchange

In België is het vooral belangrijk om rekening te houden met ventilatie in de koudere en meestal vochtigere wintermaanden.

Als je vochtabsorberend materiaal gebruikt als isolatie bovenop de dekplank in de winter, kan het voldoende zijn om het voedergat open te laten, zodat vocht langs boven kan onstnappen doorheen het isolatiemateriaal (Schotman, 1947, §175; Warré, 1948) (zie ook Inwinteren in de broedbak), alhoewel Oliver (2020a) hier geen voorstander van is omdat het isolatiemateiaal zelf dan vochtig wordt, waardoor de isolerende werking vermindert (water geleidt goed warmte). Je kunt dit compenseren door voor een zo dik mogelijke isolatielaag te zorgen. Indien het isolatiemateriaal niet vochtabsorberend is, kun je de varroaschuif op de open positie laten tijdens de winter of zelfs helemaal weglaten. In dit geval stijgt warme, vochtige lucht namelijk, verspreidt zich langs de bovenkant, bereikt de zijwanden waar het afkoelt en naar beneden daalt, waar het dan naar buiten kan stromen. Het vocht kan ook gedeeltelijk condenseren op de zijwanden, aangezien deze in contact staan met de koudere buitenlucht en dus zelf ook kouder zijn (of wasramen aan de zijkanten, waardoor deze kunnen beschimmelen) (Toomemaa et al., 2013; Schotman, 1947, §175). Let er dan wel op dat er onder de kast niet te veel tocht is, waardoor de kast langs onder te veel kan afkoelen tijdens de winter (Toomemaa et al., 2013; Schotman, 1947, §175). Indien je in de winter geen isolatielaag bovenop de dekplank aanbrengt, kan de vochtige stijgende lucht zelfs al condenseren op de dekplank. In het slechtste geval kunnen de koude condensdruppels op de onderkant van de dekplank dan neerslaan op de bijen, wat hen verzwakt of zelfs kan doden (Toomemaa et al., 2013; Oliver, 2020a; Oskin et al., 2022).

Zorg er hierom ook voor dat je kast op een verhoog staat en niet direct op de grond, die zelf ook nat of vochtig kan zijn en waardoor vocht dus zou kunnen opstijgen in de kast langs de onderkant.

Men heeft geopperd dat het aanmaken van broed tijdens de wintermaanden een manier is om zich te ontdoen van overtollig vocht, omdat het voedsel vor de larven veel water bevat en omdat vocht beter verdampt bij de hogere temperatuur van het broednest. Indien de bijen geen broed zouden aanmaken, zouden zij roer (bijendiarree) kunnen ontwikkelen door een te hoog watergehalte in hun darmen. Dit probleem kan zich voordoen bij een oudere koningin die niet gemakkelijk meer aan de leg geraakt (Oliver, 2020a; Omholt, 1987; Möbus, 1980 volgens Oliver, 2020a). Indien een kolonie dus een broednest onderhoudt in de koude wintermaanden, zou het dus kunnen dat dit komt door een te hoge vochtigheidsgraad in de kast. Dit is nadelig, aangezien dit tot meer voedselconsumptie leidt (ook stuifmeel dat in het voorjaar broodnodig is) voor het broed en om de temperatuur van het broednest hoog te houden, het de winterbijen uitput en het varroamijten toelaat zich verder te vermenigvuldigen (Möbus, 1998).

Ten slotte zou het voordelig kunnen zijn om tijdens de winter toch zeker enkele oudere broedramen in de kast te laten hangen (en deze bijvoorbeeld pas in het voorjaar te vervangen). Door de hygroscopische oude bijencocons die achtergebleven zijn in oudere broedramen, kunnen deze broedramen tot 11% van hun eigen massa aan vocht opnemen. Voor wasramen zonder coconresten is dit slechts 3% (Ellis, 2010). Deze capaciteit om vocht op te nemen kan in de winter dus helpen om fluctuaties in vochtigheid te bufferen (Oliver, 2020b).

Buiten de winter, wanneer het warm genoeg is en de bijen niet in wintertros zitten, zijn er normaal gezien geen speciale maatregelen nodig voor extra ventilatie, zolang de vliegopening groot genoeg is om binnen- en buitengaande bijen niet te hinderen. Wanneer je de vliegopening verkleint tijdens periodes wanneer roverij zich voordoet, moet je dus opletten wanneer het warm is. Ook wanneer de vliegopening volledig open staat en er extreme hitte is of wanneer er veel nectar wordt ingedikt, kan het zijn dat er extra ventilatie nodig is ter afkoeling. De bijen kunnen zelf wel voor ventilatie zorgen door met hun vleugels te waaieren aan de vliegopening, maar waaierende bijen verbruiken energie en kunnen zich niet bezig houden met andere taken (Schotman, 1947, §176). De gemakkelijkste voorzorgsmaatregel is om ervoor te zorgen dat je kasten in de zomermaanden in de (half)schaduw staan. Verder kan je ook het voedergat in de dekplank openlaten, ervan uitgaande dat het deksel ventilatieopeningen bevat (in tijden van roverij kun je in de plaats de varroaschuif weghalen om langs onder te ventileren, waardoor minder honinggeur zich verspreidt). Bij extreme hitte kun je de dekplank vervangen door een gaasraam te plaatsen (ook gebruikt tijdens reizen). Als alternatief kun je spleten laten tussen verschillende rompen (niet doen in tijden van roverij) (Schotman, 1947, §176).

Referenties

Ellis, M. B., Nicolson, S. W., Crewe, R. M., & Dietemann, V. (2010). Brood comb as a humidity buffer in honeybee nests. Naturwissenschaften97(4), 429-433.

Möbus, B. (1998). Brood rearing in the winter cluster. ABJ July 1998: 511-514.

Oliver, R. (2020a). The Nosema Problem: Part 7C – The Prevention of Dysentery – Scientific Beekeeping. ABJ February 2020: 203-208. Of volgende link: American Bee Journal : February 2020 Vol. 160 No. 2

Oliver, R. (2020b). The Nosema Problem: Part 7B – The Causes of Dysentery in Honey Bees:  Part 2 – Scientific Beekeeping. ABJ January 2020: 45-60. Of volgende link: American Bee Journal : January 2020 Vol. 160 No. 1

Omholt, S. W. (1987). Why honeybees rear brood in winter. A theoretical study of the water conditions in the winter cluster of the honeybee, Apis mellifera. Journal of theoretical biology128(3), 329-337. https://doi.org/10.1016/S0022-5193(87)80075-9

Oskin, S. V., Ovsyannikov, D. A., & Shishigin, I. N. (2022). Modeling Beehive Microclimate at the End of Wintering. Biophysics67(1), 85-91. DOI: 10.1134/S0006350922010122

Schotman, J. W. (1947). Handboek der moderne bijenteelt. De Driehoek, Nederland. 715p.

Toomemaa, K., Martin, A. J., Mänd, M., & Williams, I. H. (2013). Determining the amount of water condensed above and below the winter cluster of honey bees in a North—European Climate. Journal of Apicultural Research52(2), 81-87. https://doi.org/10.3896/IBRA.1.52.2.17

Warré, A. (1948). L’apiculture Pour Tous. Saint-Symphorien: Warre. 12ème éditon. 118p. Link met Engelsatlige vertaling: translation.PDF

Tools and Supplies

  • eventueel gaasraam bij extreme hitte

Comments

You can Register or Login
to post a comment.

Leave a CommentCancel reply

Questions

You can Register or Login
to post a question.

Leave a QuestionCancel reply

Tips

You can Register or Login
to post a tip.

Leave a TipCancel reply