Biosecurity Measures
Bescherming van jouw naburige kolonies en buren om verdere verspreiding van de kleine bijenkastkever te beperken bij aanwezigheid ervan in een van jouw kolonies
Tijdige communicatie over de aanwezigheid van de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) en de vernietiging van besmette bijenkasten is de meest effectieve manier om de verspreiding van de parasiet te voorkomen. Het melden van de aanwezigheid, of zelfs alleen maar het vermoeden, is verplicht om de verspreiding van de parasitaire kever tegen te gaan en naburige imkers in het gebied te beschermen. Bij vermoeden van de kleine bijenkastkever, contacteer je jouw Lokale Controle-Eenheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), waarna de dierenarts en eventueel een assistent voor de bijenteelt van het FAVV zullen komen voor staalname van al je bijenvolken (ook op andere bijenstanden). Verdachte kevers, larven of eieren worden in een verzegelde container gebracht. Deze worden eerst een nacht in de diepvries geplaatst of in 70% ethanol gebracht om te doden. Door middel van microscopisch onderzoek wordt nagegaan of het over de betreffende ziekteverwekker gaat. Er wordt gekeken naar specifieke uiterlijke kenmerken zoals naar de knotsvormige antennes bij volwassen kevers of de stekels op de rug van larven. Reduceer de vliegopening van het bijenvolk zodat slechts 1 bij per keer erdoor kan om een verdere verspreiding van de mogelijke besmetting te voorkomen.
Als een of meerdere kasten besmet blijken te zijn, stelt het FAVV in samenwerking met jouw burgemeester een schutkring of beschermingsgebied van een straal van 20 km in rond de besmette volken. Andere imkers met volken binnen deze straal worden normaal gezien door het FAVV op de hoogte gebracht. Het is dan verboden bijen en imkermateriaal binnen het beschermingsgebied te vervoeren en alle andere volken worden onderzocht door de dierenarts om eventuele besmettingen te kunnen opsporen. Imkers die bijenkasten seizoensgebonden binnen de schutkring hebben staan, mogen de kasten terugvoeren naar hun oorspronkelijke locatie binnen de 48 uur na een negatief onderzoeksresultaat. Ingestelde schutkringen en het opheffen ervan worden kenbaar gemaakt op de website van het FAVV.
De imker draagt een groot deel in de verantwoordelijkheid van de verspreiding van de KBK. Het verplaatsen van bijenkasten, honingramen, pollen of wasdekseltjes is voldoende om de infestatie sterk uit te breiden. De kevers zijn ook een plaag van opgeslagen wasraten en rompen. De verschillende mogelijkheden van verspreiding zijn de volgende:
– uitwisseling van honing- en andere raten of gebruikt imkersmateriaal
– transport van pakketbijen of volledige kolonies
– zwermen
– grondverplaatsingen
– vluchten van volwassen exemplaren over afstanden van soms meer dan 10 km
– alternatieve gastheren (zoals hommels)
Referenties
Lokale controle-eenheden (LCE) | Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Bijenteelt | Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Leave a Comment
Register or Login to post a comment.